Dachlablog 2011 #3

P6ce396f0_3

21 februari 2011

De aanhouder wint

Langzaam keert de rust terug in Egypte. De Hoge Raad van de Strijdkrachten stuurt SMSjes rond zoals: Van de Hoge Raad van de Strijdkrachten: De Hoge Raad begrijpt uw verlangens. De betreffende instanties is opdracht gegeven ze op de geschikte tijd te verwerkelijken. Vrijdag was er een grote overwinningsdemonstratie op het Tahrirplein in Cairo en gisteren gingen de banken weer open, ook hier in Moet. Het was wel druk, maar echt een stormloop op de bank kon je het nou ook weer niet noemen. Het normale leven begint weer goed op gang te komen. Het Egyptisch museum aan het Tahrirplein in Cairo is weer open en de eerste bezoekers kregen ieder een roos.
Toch zijn er verschillen met een week of wat geleden. De burgerlijke politieagenten zijn weer terug op hun post, maar ze schuwen een beetje hun uniform. Ook hier in Dachla wordt burgerinitiatief getoond. Eergisteren had een veehandelaar uit Assioet 3 koeien  van een boer uit de oase met vals geld (£E 25.000 gewoon op de kleurkopieermachine gemaakt) gekocht. Toen men daarachter kwam werd burgeractie ondernomen en de boef werd gepakt, de koeien teruggegeven en de auto van de schurk in brand gestoken. Pas daarna werd hij met de bewijsstukken aan de officiële politie overgedragen. Het gerucht verspreidde zich al snel dat er hele bendes valsemunters uit Assioet onderweg waren en dus werden in een aantal plaatsen controleposten opgericht om ze tegen te houden. Tot nu toe is er nog geeneen gepakt, maar de bevolking blijft waakzaam. Toen men in Qasr vernam dat de goeverneur vandaag op bezoek zou komen werden dan ook meteen vanmorgen een aantal extra controleposten opgericht en bemand door de plaatselijke jeugd om de goeverneur te laten zien hoe waakzaam de bevolking is. Toen wij er langs kwamen ging het er vrolijk aan toe. Wij  mochten natuurlijk zomaar door, want wij waren geen veedieven uit Assioet; dat zag je zo.
Ook al zijn de opgravingen voor dit seizoen afgelast, toch wordt er met een kleine ploeg een beetje doorgewerkt aan de restauratie die vorig jaar net niet klaar kwam. Er was natuurlijk  enige tegenwerking van de, bij lezers van de blogs van de afgelopen twee jaar niet onbekende, hoogste plaatselijke autoriteit van het Directoraat van Oudheden. Echter, Mahmoed, de mij toegewezen jonge inspecteur van oudheden nam, gesteund door weer dezelfde bovenbaas uit Assioet als vorig jaar, zijn verantwoordelijkheid en drukte door dat we toch konden restaureren en dat vordert nu langzaam, maar gestaag.
P6ce396f0_4

  Toch gaat niet alles van een palmen dakje. Vanaf de eerste week dat we hier zijn ben ik aan het proberen om net als in vorige jaren de door ons ontdekte documenten die in het inspectoraat van Oudheden in bewaring zijn mee te krijgen naar de compound van het DOP. Deze documenten moeten opnieuw worden gefotografeerd, omdat de bestaande fotoos van de documenten tussen glas veel hinderlijke reflectie hebben en dat is niet echt geschikt voor publicatie. En Ruud Peters is bezig de eerste publicatie van juridische documenten te voltooien. Vreni moet ze dus allemaal uit het glas halen en fotograferen. Dat lukt op zich prima, want door de lange periode dat ze tussen glas hebben gezeten blijven ze nu mooi plat liggen en krullen niet meer op. Bij ons in de DOP compound hebben we daar  mooie geschikte werkruimtes voor.

Helaas, de tegenwerking van de bovengenoemde functionaris van het plaatselijke Directoraat van Oudheden was in eerste instatie succesvol. Alle trucs werden bedacht. De sleutels van het magazijn waren in de safe en de sleutels van de safe waren zoek, of de bewaarder van de safe-sleutels was afwezig. Toen de sleutels er uiteindelijk wel waren, moest de politie komen, om er bij te zijn als de safe werd geopend, maar de politie was in verband met de troebelen niet beschikbaar. Die chicanes hebben een kleine drie weken geduurd waarbij ik minstens drie keer per week een aantal uren op het inspectoraat doorbracht. Uiteindelijk leek alles met behulp van een dienstbevel van hoger gezag toch te lukken. Toen kwam er toch nog weer een rat uit de hoed. De plaatselijke oudhedenpolitie stond toe dat de documenten werden gefotografeerd, maar verbood dat de documenten het gebouw waarin het magazijn is verlieten. Er was daar geen goede werkruimte beschikbaar. Een kamer was wel geschikt, maar stond vol bedden en er was een onbeschrijfelijke bende. Overal stof en peuken. Daar kon Vreni niet werken. Na vegen, luchten en dweilen is er toen toch een ruimte gecreëerd waar zij wel kon werken en zij gaat dus elke dag er heen. Natuurlijk moest er voor dat werk ook een begeleidend inspecteur worden aangewezen. Die zag eruit als een typische fundi met baard en Vreni vreesde het ergste; hij gaf ook al geen hand.  Gisteren is ze begonnen en wat gebeurde? Ahmad bood aan haar te helpen en dat deed hij oplettend en precies. Toen ik Vreni om omstreeks half drie kwam halen, was ze geheel tevreden. Zo'n aardige man! Toen we vertrokken gaf hij ook haar een hand. Toen ik Mahmoed, mijn inspecteur, vertelde dat Vreni blij verrast was dat Ahmad haar meehielp, zei hij: Hij is ook een van ons jongeren, wij willen wel, maar die ouden werken altijd tegen. Ze zitten maar en pratenŠ..

P6ce396f0_5

Fred Leemhuis

Dachlablog 2011 #2


12 februari 2011

Niet meer gedacht en toch gekregen
Na een rustige werkweek brak vrijdag 10 februari aan. De verwachtingen waren hoog gespannen, want de dag ervoor was een communiqué verschenen van de Hoge Raad van de Strijdkrachten waaruit begrepen kon worden dat zij de feiteljke macht hadden overgenomen. Normaal zouden de president en de vice-president bij de vergaderingen van die Hoge Raad aanwezig hebben moeten zijn, maar dat waren ze niet. Vandaar dat er stevig werd gespeculeerd.


Onze werkweek verliep zoals het hoorde; langzaam doorwerken aan het laatste stukje restauratie:
P1338b526

Overal was de spanning echter voelbaar en ook de angst dat het leger toch tegen de demonstranten zou optreden, hoewel het zich nog steeds niet tegen de demonstranten had gekeerd en waarvan de lagere rangen steeds meer, expliciet en impliciet, de kant van de pro-democratie betogers kozen. Zo werden bijvoorbeeld in Alexandrië de betogers door de Marine van thee en broodjes voorzien. Toen kwam Moebarak voor de televisie en dat was werkelijk dramatisch. Iedereen verontwaardigd, boos,  verdrietig en ook bang voor de mogelijke gevolgen en vooral ook mogelijke represailles.  Het resultaat was ook dat de besluitvastheid van de demonstranten alleen maar groter werd. Het leek wel of op vrijdag 11/2/11 heel Egypte op de been was.


Tegen de avond kwam opeens het verlossende woord van de Hoge Raad van de Strijdkrachten. Het werd duidelijk dat zij donderdag in feite de macht al hadden overgenome, maar dat ze Moebarak (en de nieuwe vice-president Omar Soelaimaan) de gelegenheid wilden geven om de eer aan zich zelf te houden. Toen ze dat niet deden traden ze op en het feest brak los.

P1338b526_1

Hier in de oase werd ook gevierd en wij hebben ons niet onbetuigd gelaten.


Fred Leemhuis

Dachlablog 2011 #1

P263a5a48
8 februari 2011

Bericht uit de oase
Nu we weer een beetje normale internetverbinding hebben kan ik jullie ook weer wat vertellen over onze wederwaardigheden. Ik stuur nog geen plaatjes mee, want de internetverbinding hier is nog wel zo langzaam dat het uploaden veel te lang zou duren. Over de algemene situatie hoef ik, denk ik, niet zoveel te zeggen. De media zullen er van alles over hebben meegedeeld en de deskundigen hebben vermoedelijk veel lichten laten schijnen.
Wij zijn de hele tijd uitstekend op de hoogte gebleven, al was er lang geen internet, want de mobiele telefonie is maar kort onderbroken geweest en de sateliettelevisekanalen bleven natuurlijk beschikbaar. Dat nieuws van verschillende kanten werd al spoedig gecomplementeerd door de vele contacten per GSM met vrienden en bekenden in Cairo. Trouwens niet alleen wij van het Dakhleh Oasis Project, maar het leek erop alsof geheel Dachla met Cairo en andere steden in verbinding stond.
Hier was en is het een oase van rust. De woelingen van elders hebben zich hier niet voorgedaan. Alleen op woensdag 2 februari toen in Cairo de hel losbrak was er ook hier een pro-Moebarak demonstratie: twee vrachtautos met schoolkinderen die een paar rondjes reden in Moet, de hoofdstad van Dachla!
Vreni en ik waren op 24 januari uit Cairo vertrokken, samen met onze vriend, de schilder John O'Carroll, die ook werkt als vondstentekenaar bij het DOP. We waren expres toen vertrokken, omdat we natuurlijk wisten dat er de volgende dag demonstraties zouden zijn. We dachten niet dat de demonstraties echt heel groot zouden zijn, maar vreesden dat in- en uitvalswegen van en naar Cairo wel eens afgesloten zouden kunnen worden.
 Na een voorspoedige reis via de woestijnweg langs Assioet en een overnachting in het bij sommigen van jullie bekende grote Kharga Oasis hotel, waar ze nu overigens weer gewoon bier verkochten kwamen we dinsdags in Dachla aan. Daar bleek ons dat de demonstraties toch wel iets groter waren dan eigenlijk iedereen, de demonstanten incluis, verwacht had. Sterker nog, ze bleven de dagen erna maar volhouden en het aantal demonstanten werd ook maar steeds groter. Ruim een week lang was het een soort feest op het Tahrierplein. Het heeft iedereen verbaasd, al was er wel een nervositeit merkbaar, want de demonstranten waren toch wel bang dat er iets vervelends kon gebeuren.
Nu weten we dat die vrees gegrond was, maar het geweld dat toen losbarstte heeft niet het effect gehad dat de organisatoren ervan hadden verwacht of gehoopt. Het heeft iedereen geschokt, ook verreweg de meeste Moebarak-aanhangers. Het heeft de vastbeslotenheid van de demonstranten alleen maar vergroot en het heeft ertoe geleid dat op vrijdag 4 februari er in heel Egypte grote demonstarties waren, niet alleen in Cairo met meer dan een miljoen, maar eigenlijk in alle grote steden. Dat werd gisteren (zondag 6) nog eens herhaald met heel indrukwekkende godsdienstoefeningen op het Tahrierpleinde moslims baden voor hen die in het geweld waren omgekomen een salaat voor de overledenen en de Kopten hielden een openbare mis, terwijl ze elkaar beschermden voor mogelijke verstoringen. Die waren er gelukkig niet, want het leger had er uiteindelijk voor gezorgd dat de tegenstanders van de demonstranten waren vertrokken.
De eerste voorzichtige onderhandelingen zijn begonnen en het is nog te vroeg om te zeggen wat het resultaat ervan zal zijn, maar we zijn hoopvol dat het de goede kant op gaat en dat verder geweld zal worden vermeden.
Door alle gebeurtenissen is ons programma in Dachla wel veranderd. In het begin leek het erop dat alles normaal zou kunnen verlopen, want in Dachla was en is alles rustig als altijd. Niet dat er niets gebeurd. De verkeerslichtensituatie bijvoorbeeld is weer een beetje veranderd, want alleen de verkeerslichten op het verkeersplein bij het ziekenhuis zijn nog in bedrijf. Daar houdt men zich er meestal ook aaan. Eerlijk gezegd is dat ook de enige plek waar ze zinvol zijn.

Ook de bedrijvigheid in Ain el-Guindi waar de beide vestigingen van het DOP staan was helemaal zoals we gewoon waren. New York University was gearriveerd met een ploeg opgravers en studenten om in Amheida bezig te gaan en bij ons waren de Australiers van Monash University bezig met hun laatste twee weken opgravingen in oud-Moet. Olaf Kaper en zijn team werkten in Kellis, Tony Mils en Adam Zielinsky in Ain Birbiyya en de prehistorici waren ook druk bezig. Dus begonnen wij ook met de voorbereidingen van de verder opgravingen bij het Romeinse castra waar we ons dit seizoen vooral mee bezig gingen houden. We zouden ook nog een klein beetje restauratie doen, want er was een klein gedeelte vorig jaar niet af gekomen. Zoals al eerder is gebeurd, waren er m.b.t die restauratie weer eens problemen gerezen, maar die zijn met behulp van nog gezaghebberender autoriteien van buiten Dachla in een aantal zittingen opgelost.
Toen kregen echter de Amerikanen de opdracht van New York University dat zij met hun gehele team moesten evacueren. Dat verdroot hen zeer, want zij wisten evengoed als wij dat we allen hier in Dachla volkomen veilig waren. Maar, dienstbevel is dienstbevel. Dus vertrokken zij op de verjaardag van Hare Majesteit in twee kleine bussen en onder politiebegeleiding naar het vliegveld van Assioet waarvandaan  een chartervliegtuig hen naar Dubai bracht. Wij hebben natuurlijk Hare Majesteits verjaardag zoals gebruikelijk met oranje slingers en nassi goreng met wortelsla gevierd.
Ondertussen kwamen er van overal negatieve reisadviezen en Maia Matkowski, een van mijn beide opgravingsmedewerkers, moest ook besluiten in Frankrijk te blijven. Toen kreeg ook mijn andere opgraver, Paul Kucera van Monash University, die hier al aan het graven was in oud-Moet de opdracht samen met de andere Australiers op 6 februari te vertrekken. Ze zijn op de vijfde om vijf uur 's ochtends per minibus naar Cairo vertrokken en zonder problemen bij het vliegveld aangekomen vanwaar ze de volgende dag zijn gevlogen. We zijn dus behoorlijk in aantal geslonken.
Mijn opgravingen zijn afgelast en we gaan dus alleen nog een laatste restje restauratie doen. Daarmee zijn we gisteren begonnen. Tot teleurstelling van veel van mijn plaatselijke oud-medewerkers is er dit seizoen  dus niet veel te doen en kon ik voor maar tien personen en drie meesters werk verschaffen.  Bij de keuze deed zich een ontroerend moment voor toen bleek dat iedereen vond dat een persoon echt ook aan het werk moest, want die had het heel moeilijk en had geld nodig. Toen ik hen vertelde dat ik echt aan mijn limiet was stelden ze voor allen een pond per dag minder wilden verdienen en de meesters zelfs vijf pond minder en dat dan precies genoeg was om hem ook aan te stellen! Dat is dus gebeurd.
Ondertussen zijn toch de Poolse pre-historici, die zich vooral met rotstekeningen bezighouden, gearriveerd. Nu zijn we toch weer met z'n twaalven. Over het algemeen is het weer goed, een beetje warm voor de tijd van het jaar misschien en af en toe wat te veel zand in de lucht. Het lijkt erop dat we het wel droog houden.
Fred Leemhuis